De beste werkwijze bij de inzet van het MINCE model berust op het snel vaststellen van de initiële volwassenheid met een Bronze meting. Op basis van de uitkomsten wordt vervolgens besloten al dan niet tot diepgaandere meting en tot verbeteracties over te gaan.
De Bronze meting wordt bij voorkeur periodiek herhaald. De organisatie kan dit desgewenst ook op eigen kracht, dus zonder hulp van een externe partij.
Deze herhaalmetingen kunnen op Bronze, Silver of Gold niveau plaatsvinden. Op basis van de uitkomsten en de analyse daarvan wordt vervolgens zonodig tot gerichte verbeteracties besloten.
De verbeteracties (deze worden in MINCE Action Flavors genoemd) leiden tot één of meer verbeterprogramma’s, die op hun beurt bestaan uit één of meer projecten voor de ‘harde’ kant (bijvoorbeeld het invoeren van een systeem) en activiteiten in de lijnorganisatie voor de ‘zachte’ kant (gedrag, samenwerking). Gedragsveranderingen vormen een significant aandeel in de verbeteracties: MINCE baseert zich bij het verbeteren van organisaties veel minder op tooling en techniek en bij voorkeur op attitude, gedrag en competenties.
Op dit laatste aspect ligt met name een van de sterkste bidirectionele koppelpunten met andere modellen en methodieken. Hierover volgt verderop nog nadere informatie.